classic passage race en dcyr

Ha, nu eindelijk vakantie! Werk in de chartervaart en dus nog niet genoeg gezeild maar….nu dan privé met de Stormmeeuw met als doel dit keer Engeland te halen.
Na twee eerdere pogingen om met de classic passage race vanuit Harwich deel te nemen met oga en vksj deelnemers, moest het er nu van komen…..Vertrek op 13 juli vanuit Enkhuizen vertrokken om in A’dam Hilde a/b te ontvangen in de Houthaven. De dag erop via Ijmuiden naar Scheveningen, aldaar de volgende dag verwaaid gelegen. Op 16 juli vanuit Scheveningen naar Engeland op weg met een zuidwestetelijke wind 4/5 Beaufort, een eerste slag over stuurboord, na drie uur overstag voor een boorplatform en konden toen ff wat eten daar de koelkast aan bakboord weer geopend kon worden waar Hilde de voorgesmeerde broodjes had verstopt.
Een uurtje later terug geklapt over stuurboord en tegen de avond de motor gestart vanwege te weinig wind.Later in de avond nam de wind weer toe maar dan uit het oosten dus prettig om richting Engeland te komen, wind trekt aan en we zijn omstreeks de schemer de Noord hinder noord gepasseerd op weg naar Gallooperbuoy.
Rond een uur of elf richt ik mij naar achter en zie vanuit mijn ooghoek een paar boordlichten op afstand, groot schip loopt op maar niet snel naderbij. Wij lopen dan over de 6 knopen voor de wind, tegen twaalfen als ik de wacht nog heb draait de wind plotsklap zuid en is de Bulk carrier dicht genaderd, ik roep Hilde snel naar buiten en ze ziet het schip nu ook, neemt het roer over en ik ga naar voren om daar de boel te regelen, op dat moment is een aanvaring nabij maar we koersen bakboord bakboord vlak langs elkaar heen….narrow escape. Vervolgen na de schrik onze koers en zien voor ons flitsen, nog een uur later krijgen we een vette onweersbui over ons heen en heb de genua al weggenomen, na de bui krijgen we zware wind die alle richtingen opgaat, na een 360 graden toer, heb ik het grootzeil naar beneden en de motor bij, daar de wind weg was.Twee uur moteren en toen de genua er weer bij, met half gas op de motor liepen we dik zes knopen en het ging gestaag door de Shipwash richting Harwich tot de wind draaide naar zuid tot zuidwest, vervolgens ook nog de stroom tegen en kruisend richting river Orwell, alwaar we omstreeks twaalfen aan een mooring voor Pinnmill lagen na een barre tocht van 30 uur.’s Middags op gepikt door een belgisch Oga-lid om bij de Butt en Oyster te eten en drinken en ons verhaal te vertellen. Hoorde toen ook dat de start voor de volgende dag en zondag uitgesteld werd tot onze grote vreugde want de oversteek had zijn tol wel geëist.
 
Maandag dus pas starten en vanaf de outerbuoy Harwich om 11 uur begon de race richting Stellendam. Met een zuidwesten wind 4/5 maar een voorspelling van 7 beaufort zou de wedstrijd officieus zijn maar konden wel de tijden noteren voor het passeren van de boeien en de finishtijd.Uiteindelijk hebben we alle boeien gerond en zijn na een oversteek van 20 uur in Stellendam aan gekomen.Vervolgens een dagje rust te Middelharnis en toen begonnen de wedstrijden voor de dutsch classic yacht regatta.
Hilde heeft een filmpje van de terugreis gemaakt.
Advertenties
Published in: on 21 oktober 2009 at 18:06  Geef een reactie  

Stormmeeuw in de Schuttevaer

Na de klassieke schepenbeurs te Enkhuizen, ben ik door Hajo van de fotoboot geïnterviewd en heeft hij een artikel geschreven in de Schuttevaer 29 november 2008. Met dank aan de schrijver, hierbij een karakteristiek figuur op de foto.
 
 
 

Foto’s around Gependam

Published in: on 29 november 2008 at 21:08  Comments (3)  

Stormmeeuw onvoltooide

  
Published in: on 3 september 2008 at 14:05  Geef een reactie  

Kielerwoche

23 juni 2008 naar Kiel holtenau afgereisd om de Kielerwoche mee te maken op de tweemastklipper Pegasus.
Maandagavond eerst na aankomst maar ff wat drinken en later bij claus berghaus eeen grote teller met steak, uien en nog veel meer champignons.
Dinsdag met een bedrijf gevaren waarbij ook nog twee america’s cuppers ingehuurd waren om te match racen, uiteinelijk kon ik de laatste manch mee en wat een kick om erin te zeilen en de high aspect te mogen trimmen.
Fotoalbum
Published in: on 19 juli 2008 at 17:26  Comments (1)  

Zusterschip Havsfrun uit Zweden

Historie Havsfruen (vertaald door M.Lampe)

De moderniserad Kosterjulle is in 1935 ontworpen door Bertil Bothen naar aanleiding van een verzoek daartoe van het Blad Zeil- en Motorboot. Bothen’s ambitie was het ontwerpen van een goedkope, ruime en licht zeilende boot.

Desondanks duurde het tot 1942 vooraleer het ontwerp werd gerealiseerd, overigens naar verluid, zonder dat Bothen daarvan kennis droeg.

Het was Udevalla Slip en Batvarv die de bouw op zich nam, maar nog steeds is niet bekend wie de opdrachtgever was. Ook is niet bekend of de werf andere boten dan de Havsfruen naar dit ontwerp bouwde.

Een jaar later bouwde de Docksta Werf bij Högakuste een kosterjulle voor de Canadese ambassadeur in Stockholm. Deze boot werd over de jaren heen omgebouwd en had zijn thuishaven aan Mälaren gedurende vele jaren in de jaren 90, maar werd een paar jaar geleden verkocht naar Oxelösund. Volgens Sonja Herlin (dochter van Tore Herlin) heeft Bothens kosterjulle internationale bekendheid gekregen, hetgeen opvallend is wanneer men zich bedenkt hoe weinig van deze schepen in Zweden werden gebouwd.

Er zijn geen eigenaren bekend van de Havsfruen van voor 1950, toen ze werd verkocht in Lysekil. Daarna heeft de boot 5 eigenaren gekend, meestal woonachtig op Lidingö, waar wij het schip kochten in 1992. Toen was de boot in slechte staat en miste de originele inrichting die was vervangen door een multiplexconstructie.

Het was onze ambitie de boot terug te brengen in originele staat. Wij begonnen met het hoogst nodige, de vervanging van de klinknagels in alle ijzeren spanten, het dichten van romp en dek en lieten het schip te water. Het duurde wel een week voor ze redelijk dicht was. Maar we plaatsten een behoorlijke pomp, losten de trossen en gingen op reis voor een bruiloftstocht naar Öland, waar we trouwden. Op de terugweg gebeurde een catastrofe: juist ten noorden van het eiland verloren we de kiel! We zijn gered door een passerend schip. Onze boot werd geborgen en vervoerd naar de Eknäswerf, waar we een nieuwe kiel bestelden. Het jaar daarop hebben we de boot teruggevaren.

Dat leidde de grote renovatie in, die duurde tot 1996. Er zijn nieuwe gangen gezet, de deknaden zijn vernieuwd evenals het kajuitdak en we hebben een nieuw interieur gebouwd. Het meeste is nu klaar. Projecten voor dit jaar zijn: het VVS-Systeem en nieuwe zeilen.

documenten artikelen tijdschriften

Published in: on 7 april 2008 at 19:51  Geef een reactie  

Vervangen spanten Stormmeeuw

Vooralsnog zijn er gedurende het zeilsoen een aantal spanten gebroken, die veroorzaakte lekkage op de naden van de huidgangen, waardoor bij breeuwen van de naden de gangen steeds verder van de spanten weken.
Door uiteindelijk verdere frictie kun je lekkage niet meer voorkomen en mede daarom besloot ik de spanten in het voorschip te gaan vervangen.
Eerst moet daarbij ruimte vrij gemaakt worden zodoende toiletschot en kooi verwijderd en de oude spanten vervolgens verwijderen, door eerst de kopjes van de klinknagels  weg te slijpen en daarna met een drevel de klinknagels voorzichtig naar buiten slaan, daarna gehele klinknagel naar buiten trekken.
Nu kan je het spant voorzichtig verwijderen en de scheepshuid controleren en op de plek van de stuiknaden zitten ziet men dat de gangen zich naar buiten vervormd aangezien er geen spant meer achter zit.
Om een nieuw spant er weer in te zetten, heb ik eerst een stoomkanaal/kist geprepareerd van een waterleidingpijp diameter 110mm en de uiteinde afgedicht met doppen, waarbij aan de eene zijde een tule met slang is door gevoerd, deze slang heb ik weer aangesloten op de fluitketel gevuld met water.
De spanten van eiken(45x25mm)op maat gezaagd en een ronde kant er aan gefraced om ze vervolgens in de stoomkist te leggen(4stuks), aangezien je er niet meer kunt verwerken in je eentje.
Na een 3/4 uur, heb ik de eerste spant eruit gehaald en in de bocht proberen te drukken maar het hout was te weerbarstig zodat ik hem nog iets langer heb gestoomd, alles bij elkaar denk ik ruim een uur en daarna lukte het wel om hem er in te buigen.
Ik denk dat het ook afhankelijk is van de breedte en dikte en soort hout, acacia stoomt beter maar moeilijk te verkrijgen helaas want de laatste houtsoort is veel duurzamer ook en sterker.
Nu het eerste spant erin gedrukt zit moet men het nog in de stand zo houden dat ie strookt met de huid, daarbij gebruikte ik een stempel om vervolgens met een aantal schroeven het spant te fixeren, waarbij deze later afgeklonken worden.
Published in: on 13 januari 2008 at 16:21  Geef een reactie  

Zeilen met estherjensen.nl

Op 1 december via Oslo naar Kristiansund gevlogen en ’s nachts pas aan boord van EJ gekomen,eerst voor Theo en Agnes maar de whiskey aangeboden en Derk had ook nog wat meer mee.Voor de volgende dag waren de voorspellingen nog niet zo goed en hebben we Kristiansund verkend en ’s avonds met zijn vieren uit eten geweest.
Uiteindelijk zijn we op 3 dec. vertrokken met redelijk weer en een zuidelijke wind kracht vijf, de gehele tocht gemotord en door de aller mooiste fjorden weer naar binnen en ’s avonds hebben we Alesund aangedaan.
Volgende ochtend bijtijds weer weg en de gehele dag op de motor gevaren, voor de fun nog even het dubbelgereefde grootzeil gezet en met halve wind door de hoge bergen, wel veel valwinden ‘"squals" genaamd, via Molde uiteindelijk naar Volda. Een klein plaatsje(5000 inwoners) maar wel erg mooi en ontmoeten daar nog een Nederlands echtpaar wat daar in de buurt woonde.We hadden nog wat problemen met de stuurautomaat, verklaring was dat we over een munutiestortplaats waren gevaren, maar na een reset deed ze het weer.
’s Ochtends kwam er nog een journaliste van de plaatselijke krant en heeft Agnes geïnterviewd en van ons alle nog een paar foto’s gemaakt.
In de middag vertrokken en moesten nu rond een beruchte kaap Stadt genaamd,de dag ervoor waren hier nog golfhoogte van 10 meter, nu wij er naar buiten gingen stond er nog wel swell maar de golfhoogte viel enorm mee en Theo had twee jaar daarvoor wel iets anders meegemaakt.
Vervolgens door op de motor, dus weer een DAF tocht op naar Maloy (61*55 N -5*07’O) ’s Avonds met zijn alle Sinterklaas gevierd met erg leuke teksten van Agnes, laat naar bed eh de kooi in.
Niet te vroeg weg deze dag en weer door de vele fjorden en nauwe doorgangen met erg veel rotsen, varen in Noorwegen betekend op sectorlichten sturen wat na een tijdje went en wel anders is dan op zee of in Nederland.
Via Floro varen we weer inshore naar een zeer klein plaatsje (500 inwoners) Askvoll(61*21’N-5*04’O’) genaamd alwaar we middernacht na enig zoeken van een goede ligplaats, kunnen afmeren, bij een oude loods en aan de andere kant van de steiger een ambulanceboot, die je in Noorwegen vaker ziet.
Van Volda zijn we de dag erop via Fedje en het Sognefjord binnen zeer smalle vaarwegen ergens bij een ligplaats voor een ferry terecht gekomen waar ze twee jaar daarvoor ook eens gelegen hebben en Agnes haar ouders nog iemand uit Nederland ontmoet hadden, die daar in het kerkje werkte, of was dat nou in Leirvik?
Volgende dag rond tienen weg en zijn op weg naar Bergen alwaar we in de middag rond een uur of drie aankomen, aldaar gelijk de oude houten gebouwen aan de haven bezocht en geshopt.
Bergen is een leuke stad, met nog veel oude stijl alleen het centrum is door een grote winkelstraat met plein ook wel weer modern ontwikkeld, misschien wel onherstelbaar verbeterd.
De volgende dag eerst willen tanken maar die vlieger ging niet op en dus maar vertrokken, eerst onder een zeer hoge brug door en vervolgens richting westen naar buiten, ’s nachts door gevaren en na nog een flinke dag kwamen we ’s avonds in Leirvik aan, dit is de Hoofdstad van Sunbordland.
Vanaf zaterdag hebben we een week op beter weer liggen wachten en dus genoeg tijd om voor mijn BVA te leren waar ik de 29 december examen aan de Enkhuizer zeevaartschool moet afleggen.
Weer was regenachtig, maar tussen de buien door hebben we ook wel veel gewandeld en het stadje bekeken, ook nog een keer de bus gepakt om een ander dorp te zien, maar dit was niet echt de moeite waard met een groot shopping=centre, wel nog een bistro opgezocht waar de eigenaar ook wel in Nederland had gewerkt en dus ook sprak.
Derk moest op een gegeven moment toch weer aan de terugreis gaan denken en is die donderdag teruggevlogen naar Nederland, waardoor we nog met zijn drieën overbleven.
Vrijdag hebben we eigenlijk veelste laat de bibliotheek opgezocht en ontdekte daar een zeer uitgebreide nautische verzameling van 3000 boeken, die waren geschonken door een oude vuurtoren wachter.
Nu na een week wachten zijn we op zaterdag vertrokken na eerst nog diesel ingenomen te hebben de dag ervoor, vanuit leirvik moesten we eerst naar buiten richting westen om daar een kaap te ronden en de uitgang Sletta heet, maar daar aangekomen bleek de wind nog niet afgenomen te zijn en zeker de golfhoogte niet, dus met een windkracht 7/8 staat er een aardig zeetje, uiteindelijk omgekeerd en vervolgens naar binnen in een soort mini fjord met op het einde een plaatsje Bõmlo genaamd. 
Uiteindelijk dus op zondag weer vertrokken en de zee was nu een stuk kalmer en hadden ook nog aardig wat stroom mee rond de kaap, waar we met een knoop of zeven in ruim twee uur voorbij waren en weer inshore richting Haugesund konden varen.
In de avond waren we Haugesund allang gepasseerd en zijn weer naar zee gestoken alwaar we eindelijk zeil konden zetten, met een westelijke wind konden we zuid koersen en begon de oversteek terug naar Nederland.
Vanaf dan was het dus wachtjes draaien wat ik  samen met Agnes deed, de eerste nacht liepen we gemiddeld zo’n 6,5 knoop en de Mijlen maken dus ook, zo’n 140 per etmaal. Tweede dag en nacht waren iets rustieger en moesten op een gegeven moment de bezaan er weer bij trekken om genoeg voortgang te maken, maar deze kon er na een paar uur weer af daar de wind weer toenam.
Overigens voeren we met één rif in het grootzeil, fok en grote kluiver en liepen daardoor erg lekker op het roer en de stuurautomaat hoefde niet erg hard te werken.
Wij overigens waren wel bezig met de navigatie en goeie uitkijk te houden, hoewel het erg rustig was met waterbewegingen staan er weer wel veel olie/gasplatforms op de noorse kust/zee, ’s nachts geeft dit wel weer een spectaculair beeld(affakkelen) op zee, maar dus wel horizon vervuiling overdag.
Het derde etmaal liepen we de diepwaterroute binnen en dit gaf ’s nachts een aardig staaltje navigeren en uitkijken te doen, waarbij Theo zijn wacht wel iets verlengde omdat de moeilijke situatie dit vergde.
In de ochtend na het passeren van de TSS hadden we nog 80 M af te leggen tot de uiterton Westgat van Terschelling, na overleg heben we de wachten wat verlengd en gezord dat we op een goed moment met zijn drieën aan dek bij het aanlopen van het Westgat de zeilen konden wegnemen en in de Vliestroom en Meep verder gemoterd zijn naar de haven van Terschelling waar we om 6 uur inde ochtend afmeerde.
Uiteindelijk hebben we de kleine vierhonderd Mijl in nog geen drie etmaal volbracht en met een gemiddelde van van 5.5 knoop aldus geen slechte prestatie.
 
 
Published in: on 21 januari 2007 at 19:08  Geef een reactie  

Restauratie ‘Stormmeeuw’

Midden in de zomer van 2001, na enig onderhandelen met de eigenaar, kochten wij de Stormmeeuw in de haven van de Marine jachtclub te Den Helder alwaar zij bijna 50 jaar haaar thuishaven had.De vorige eigenaren kochten haar via de domeinen, daar het schip werd afgevoerd van de sterkte aangezien de explotatiekosten niet langer te rechtvaardigen waren voor de Marine, waar het jacht als opleidingsschip voor adelborsten diende en tevens als admiraalschip fungeerde.

In eerste instantie herkende ik het schip van de haaks waddenweek wedstrijden tijdens Sail Den Helder en een jaar later was het aanwezig op de DCYR ’99 te Hellevoetsluis.Wij zagen in de Stormmeeuw het schip om wat langere reizen en vakantie mee te houden en daarbij wat meer ruimte en comfort dan met de ‘Wicky"(boemerang ontwerp Kroes te Kampen).

Vooralsnog zagen wij de mooie lijnen van de romp en was de kajuitopbouw met doghouse en de rechthoekige ramen in disharmonie naar het klassieke model van het Britannia ideaal.Leuke anekdote is, dat toen we het schip net drie dagen voeren en in de oranjesluizen naast iemand lagen en diegene niet meer vertelde dan dat het een Zweeds ontwerp van Bertil Bóthen was en dat anderhalve week later…….dezelfde man op de kade in Hellevoetsluis stond met enige kopieën van een artikel uit de Waterkampioen van 1939 met een beschrijving van de bouwer n.l. fa.Wester te Woubrugge in opdracht van een Engelse firma genaamd Clarkson Ltd. te Hove.

In dat artikel stonden lijnenplan, interieur-en zeilplan maar ook nog twee foto’s van een schip op stapel en de te waterlating van de "wild gull", daar deze klasse in Engeland de Gull class genoemd werd. Naar aan leiding van dat artikel en de foto’s zagen we hoe de kajuit opbouw van origine was en daar het dek ook aan vervanging toe was besloten we om het geheel terug te brengen naar authentieke staat.

Oktober den eerste lag zij voor de kant bij de Haarlemsche Jachtwerf van de fam. Opzeeland alwaar drie dagen later de mast werd onttakeld en van het schip gehesen.Aangezien er vanwege de schematische weergave voor de indeling van de winterstalling nog enige vorderingen gemaakt moesten worden duurde het opstal brengen van de merry nog wel even.Zodoende werd de mast van al het beslag ontdaan en tevens de karakteristieke lantaarns drie in getal{rood boven groen en stoomlicht}ontkoppeld. Waarna de volgende dag de laklagen verwijderd werden en het schuren een aanvang nam…..schuren,schuren,maar als dan de eerste laklagen aangebracht  zijn dan zie je dat de kleur weer helemaal opgehaald wordt. Half Oktober stond ze dan in eerste instantie buiten op de kant alwaar wij een aanvang namen met het dekbeslag te verwijderen en de verschansing te demonteren als ook een kuiprand te verwijderen om de constructie te zien.De kajuitopbouw stond met een droge naadstuk op het dek en daaronder lag het hechthouten dek beleed met trademaster.

Eén November lag de Stormmeeuw binnen en kon  een aanvang genomen worden met het slopen van de kajuitopbouw en dek waar we al met al vier weekenden mee bezig waren zodat we ongeveer een open boot overhielden. Na nog een stuk van de bovenkant van de stevenbalk afgezaagd te hebben en nog een slecht stuk in een gang verwijderd,kun je uiteindelijk een aanvang nemen met de weder opbouw.

Tussen Kerst en Oud voor Nieuw het hecht houten onderdek dat al op maat gezaagd was, behandeld met epoxy en gelijk de onderkant gegrond en afgeschilderd, tevens voor de stevenbalk weer een nieuw stuk eiken in gelamineerd met watervaste twee komponenten poly-urethaan lijm, deze met vuurvast verzonken slotbouten gemonteerd.

Inmiddels hadden we ook twee delen teak van 7.5m. door de Amsterdamse ” fijngoudhandel’  laten afleveren voor de kajuitopbouw en de restanten verzaagd voor de stootlijst, droge naadstuk en halfronde lijst voor het kajuitdak daar je dan meteen de lengte hebt voor deze onderdelen.Begin Januari 2002 lag het nieuwe onderdek op de oude dekbalken, daarvoor nog even een nieuw stuk gang in het voorschip gezet te hebben.Na uiteindelijk toch maar de oude stootlijst verwijderd te hebben, eerst twee latten met een schuine las verlijmd voor de nieuwe stootlijst en deze met rubber compound tegen de huid en het nieuwe dek verlijmd en geschroefd.

Binnen is Nico begonnen om het hoofdschot/toiletschot eruit te breken en heeft daarvan mahonie delen weer een nieuw schot geplaatst zodat we een iets kleiner toilet kregen maar dan wel voorin een dubbele kooi konden creéren in een later stadium.Tussendoor nog even bakboord kooi waterpas gemaakt daar dit indertijd scheef aangebracht was wat voor de ligging niet optimaal was en er een twee persoons kooi van gemaakt.

Ook heb ik de stalen wrangen in het voorschip verwijderd om te zien in welke staat deze waren, ondanks de roest laag over het geheel zag de huidzijde van het staal er prima uit daar er tussen huid en staal een laag teervilt aangebracht was.De ijzeren slotbouten heb ik vervangen door RVS en deze geïsoleerd door nylon ringen tussen staal en bout te leggen, volgend jaar maar eens controleren op galvanische werking!Merel heeft zowel in het voorschip als de toiletruimte de huid grotendeels kaal gekrabt en geschuurd en vervolgens weer met een vochtregulerende beits behandeld.

Na weer een paaar weken verder te zijn, heb ik vanaf eeen mal de delen van de kajuit opbouw gezaagd en vervolgens een tiental keren geplaatst en verwijderd om de onderzijde sluitend en pas te schaven en te kunnen plaatsen in de sponning van het nieuwe droge naadstuk.Nu moest de achterzijde van de kajuit verbonden worden met de zijde, daar heb ik een verdekte zwaluwstaartverbinding van gemaakt(van een afbeelding uit het boek "how to build a wooden boat"van Bud Mac Intosh). De voorkant van de kajuit, door middel van twee op elkaar gelijmde deeltjes met gelijk aan beide kanten een sponning, verbonden met de zijkanten en de hoeken afgerond.De contouren van de kajuit stonden nu op zijn plek, daar waar ik de ovale ramen/bronzen patrijspoorten wilde en deze nog niet had, moest ik wachten met verlijmen,daarom wilde ik wachten  met het uitzagen van de gaten en omdat de frace-machine er ook nog langs moest vanwege de sponning voor het glas en een kraaltje aan de binnenkant,moest ik wachten met verlijmen.

De bronzen lichtranden heb ik na eerst een mal gemaakt te hebben, laten gieten bij een bronsgieterij waar ze in Brusselse klei werden afgegoten, er moet rekening gehouden worden  dat het materiaal een krimppercentage van 8-10% heeft en dat het afwerken zelf gedaan moet worden.

Nu de opbouw demontabel en met lijmtangen gefixeerd stond, kon ik beginnen met de dakspanten, deze zouden in mahonie uitgevoerd worden en om zo voordelig mogelijk en weinig reststukken over te houden, anderhalfduims dikke delen met een flinke breedte gekocht.    Uit ieder deel kon ik naast elkaar drie spanten zagen waar dan met blokschaaf en spookschaaf het model en kromming geprofileerd werd, dat terwijl ieder dakspant verschilde van vorm en later de bovenzijde nog eens ten opzichte van de lijn van het dak uitgestrookt moest worden.Terwijl de spanten in aantal groeide en er voor de luikhoofden en koekoek weer langsverbanden en verbindingen gemaakt moesten  worden, was dit al met al een zeer tijdrovend bezigheid ondanks de mallen die je van te voren maakt en je voortdurend de lijnen in de gaten moet houden.

Volgende stap was om de kuipranden te maken en daar er natuurlijk bocht in zit en op zo’n korte afstand teak niet zo makkelijk te buigen is, koos ik om drie dunne delen op een mal in de juiste bocht te verlijmen en omdat ik vooraf de klossen verlijmde met een sponning voor de kuiprand, kon ik deze op de hoek van de kajuit monteren en de volgende dag al de kuipranden pas zagen en schaven en de vorm bepalen. De achterzijde van de kuiprand, met een groef in de zijkant van de langsdelen van de kuip weer verbonden door deze half in te laten en zo een verbinding te maken.

Halverwege Maart besloot ik toch maar de gaten voor de patrijspoorten te zagen en dan moet je naar aanleiding van een foto bepalen waar die moeten komen en dat je ze in de juiste verhouding/afstand van het geheel moet zien te plaatsen en dat je er vanuit verschillende perspectieven en hoeken naar moet kijken en de papieren sjablonen op de kajuit  weer een ander zicht geven dan glas en brons, dan is dit een dilemma en voor je de zaag erin zet moet je zeker weten dat het goed zit.

Na het peentjes zweten en je de gaten erin gezaagd hebt, plaats je de delen weer terug en dan maar zien of de verhoudingen kloppen, mooi is dan om te zien dat de ovale gaten die erin gevormd zijn dan een geheel ander aanzien geven dan de blinde plank die er al die tijd opstond. vervolgens kun je aan de buitenzijde de sponning fracen en een kraaltje aan de binnenkant.

Zodra ik deze beslissing had genomen kon ik de gehele opbouw plaatsen en verlijmen alsook de kuipranden en dakspanten monteren, de laatste met een halfhoutse verbinding, met een stringer aan de binnenzijde van de kajuitopbouw waar de tanden van de spanten weer in kwamen te liggen en deze verlijmd en geschroefd te hebben.

Nu kon nadat alles geschuurd was de eerste laag hardhoutolie aangebracht worden nadat eerst het teak met thinner ontvet was en als je dan de vlammen en structuur, van dat ruige deel dat je een paar maanden ervoor op een winterse dag bij de houthandel met zorg hebt uit gekozen, dan zie je waar je het allemaal voor doet.Als dan vorm en mooie lijn tevoorschijn komt en als de eerste laklagen erop zitten kun je naar de volgende fase.

Merel had thuis  de mahonie dakspanten al menig keer geschuurd en gelakt en tevens de oregon pine dakdeeltjes met velling kant voor het dak/plafond gegrond en afgeschilderd zodat deze weer op de dakspanten gebogen konden worden en op maat gezaagd waarna ze verlijmd en geschroefd werden.

Nu de kajuitopbouw voor het merendeel stond besloten we eind maart toch om een teak dek te leggen en voor de moderne verlijming met epoxy te kiezen.Wanneer je de naden ook met epoxy vult zal je vanwege de werking van het hout de latten niet breder moeten maken dan 40mm.en de dikte mag max.6/7mm. zijn.Aangezien de lijfhouten en fishingdelen breder uitvallen zul je hier de naad met een rubber-compound moeten vullen, vanwege de grotere werking.

Daar ik de week voor koninginnedag vrij nam van mijn werk had ik twaalf dagen vrij en de tijd om het teakdek te leggen, en de weekends daarvoor had ik de lijfhouten al pas gemaakt en de dekdeeltjes zelf uit balken gezaagd.De eerte delen die tegen de buiten zijde kwamen hadden genoeg lengte om twee stroken te gebruiken en het tweede deel heb ik uit drie delen gemaakt zodat de verspringing op ruime afstand van elkaar gehouden wordt.Aan beide zijde legde ik zo twee delen per dag en met ontvetten van het teak en aanmaken van epoxy vervolgens insmeren, de epoxy met vulmiddel opdikken en het dek insmeren was dit al met al toch wat teveel voor één persoon.

De vier dagen erop kreeg ik assistentie en hadden we eind van de week het dek zo goed als dicht op voor-en achterdekje na, waar ik mij het weekend mee bezig hield.Nu lag het dek erop maar het ergste kwam nog en dat was het vullen van de naden met epoxy dat met pigment(zwart) aangemaakt moest worden waarbij een injectiespuit gevuld diende te worden en dan meter voor meter de naden vullen.Dit met veel geduld en weinig soepelheid waarbij het halve dek onder de ‘shit’ zat kostte me twee dagen en dan nog een halve dag rubberen.

Na het uitharden van de rubber kon met de grove schuurband het hele dek geschuurd worden, wel met beleid en in de langsrichting van het hout! Hoe je schuurt maakt veel uit want daarna moet je met een steeds fijnere korrel gaan schuren en is het lastig om onvolkomenheden weg te krijgen.De finishing touch komt later wanneer al die delen die gelakt moeten worden en eerst behandeld met hardhoutolie erg mooi gaan glanzen.

Wanneer het dek klaar is kan de volgende stap gezet worden en dat is het aanbrengen van de voetlijst, deze heb ik eerst uit vier delen teak met een schuine vertande liplas aan elkaar verlijmd.Dit om de lengte over zijn geheel te kunnen buigen aangezien je korte stukken moeilijk kan buigen en je verbindingen niet sluitend krijgt als je de delen afzonderlijk monteerd. Nu moest echter de hele lengte van zo’n negen en een halve meter erop en wanneer je dan voor in de sponning van de stevenbalk begint dan hangt het achterste deel  bijna onder een hoek van 45 graden over en komt ongeveer drie scheepsbreedte naast je uit te waaieren.

Begonnen aan bakboord vanwege de ruimte maar dan breekt de eerst las en bijt je op je lip(las) en vraagt je af hoe dat gebeurt, de verklaring die ik er voor gaf is; dat ik de verbinding geschroefd had en dat de las juist op het schroefgat afbrak.Na de breuk weer hersteld te hebben en met hulp kregen we de voetlijst beetje bij beetje in de kromming en schroefde hem meter voor meter aan dek. De andere kant ging een stuk gemakkelijker want de eerste keer is altijd het moeilijkst en met wat hulphoutjes en improvisatie kom je een heel eind.Vervolgens is het een kwestie van afwerken een beetje schaven hier en daar en dan de frace erlangs halen om er een afgeronde kant aan te maken.

Later dienen nog de spuigaten erin gemaakt te worden daar waar ik ze hebben wil en dat is wanneer het schip te water ligt op de juiste waterlijn en dan het laagste punt  opzoeken daar waar het water staat!Wanneer ik nu zo naar het gehele dek kijk en die mooie lijnnen van het schip geaccentueerd worden door de smalle stroken teak en de voetlijst, dan heb ik er geen spijt van die beslissing genomen te hebben, om er een teakdek op te leggen, het kost wat zweetdruppels en een paar vieze handen!!!

Het dak van de kajuit opbouw moest verder nog afgewerkt worden met en laag hechthout  en bij de mast heb ik ter onderscheiding  van de kajuit en voorroef een deel teak ingelegd daar waar oorspronkelijk de vallenbak op gelijk nivo met het dek lag, visiueel zie je nu toch twee compartimenten;voor- en achterkajuit.

Vervolgens moesten de luiken en koekoek nog gemaakt worden die ik ook met teakdeeltjes heb ingelegd en in de ramen van de koekoek canelleblank glas gezet heb,daarover komt nog het tralie werk van massief messing staf.Merel was ondertussen steeds met het voorwerk van de romp bezig en kon haar energie kwijt  in het schuren en lakken van alle delen aan dek en kajuitopbouw en daartussen nog even de romp voorbewerken.

Uiteindelijk moest de kuip nog aangepast worden en deze heb ik met staande vloerdelen teak afgetimmerd en de banken weer ingelegd met deeljes teak en natuurlijk weer de naden gerubberd en afgewerkt en om niet te vergeten de klossen voor de schootlieren monteren.

De laatste loodjes wegen het zwaarst en toen we met zijn tweeën het kajuitdak nog voorzagen van een epoxy met mat hadden we het kwaad te verduren en met vereende kracht en het doorzettingsvermogen van ”Schipper’ hebben we ook deze klus kunnen klaren.De bronzen lichtranden moesten ook nog afgewerkt worden en daar had ik me aardig op verkeken want het kost je gemiddeld bijna twee uur om ze af te bramen, schuren en polijsten vervolgens nog de schroefgaten boren en verzinken en dan kan het glas geplaatst worden en de patrijspoorten gemonteerd.

Merel heeft het kajuitdak weer voorzien van de nodige lagen verf en kon ik zo verder gaan met het maken van de handrail, ondertussen halfronde afgewerkte lat tegen de kajuit geplaatst en de handrail monteren.Inmiddels was het half Juni en had ik de hulp ingeschakeld van een aantal mensen binnen de vereniging en vrienden die ons ondersteunde met de nodige manvrouwkracht.

Al het afwerk en montage nam zeker nog twee weken in beslag en daarbij moest daarna ook nog het dekbeslag zoals bolders,rails, overloop en scharnierwerk vastgezet worden, maar met een week uitstel is het schip dan toch op 8 Juli te water gelaten. Uiteindelijk moest de mast nog voorien worden van al het beslag en verstaging plus lampen, marifoon antenne en de zalingen met diamantverstaging wat ons ook nog twee dagen kostte voordat de mast weer geplaatst kon worden.

Op 15 Juli voer de Stormmeeuw weer als herboren op eigen kiel het Noordzeekanaal af richting thuishaven, een jaar nadat we het schip hadden gekocht. Natuurlijk wil ik iedereen bedanken voor alle hulp.            met vriendelijke groet Bas

 

Published in: on 27 november 2006 at 21:49  Comments (1)  

History

De ‘Stormmeeuw’ is een klassiek jacht uit 1939 gebouwd bij fa.Wester te Woubrugge en nog steeds varende op eigen kiel op ijsselmeer, waddenzee, Noordzee en Oostzee.
 
Naar aanleiding van een artikel in de Waterkampioen 1939 en Yachting world is de Stormmeeuw in opdracht van de heer Peeters te Schiedam gebouwd in teak op eiken spanten, de opbouw was orgineel van mahonie en dek van douglas pine.
 
Over de eerste jaren heb ik weinig informatie kunnen vinden maar ze is in de oorlog waarschijnlijk opgebracht en heeft in Kiel gelegen onder Duits bewind en nadien terug gevordert door de Nederlandse marine.
 
Aldaar is ze bij de Kmjc terecht gekomen en werd gebruikt voor het oefenen in zeilen en opleidingsschip voor adelborsten, meestal was er voor een periode een bootsman aan boord, waarvan ik er één aan boord heb ontvangen, die mij vertelde dat ze ook wel met ambassade personeel van Canada en Amerika tochten maakte.
 
Wedstrijden werden er ook mee gedaan o.a. de Hoek van Holland Harwich race, Northsearace e.a. zo is me verteld dat ze in 1956 ook aan de Fastnetrace heeft deelgenomen, dit staat ook vermeld in Waterkampioenen uit die jaren en tevens in het boek ‘wedstrijdzeilen op zee van dhr. Coolhaas.
 
Begin jaren zestig is de Stormmeeuw naar het KIM gegaan voor ‘structureel’onderhoud zodat er geld voor uit getrokken werd om haar een refit te geven waarbij ze met een renovatie een doghouse hebben gemaakt met te grote ramen naar mijn idee niet zo fraai.Er zijn uit die tijd nog tekeningen van o.a electrisch systeem, bouwplannen etc. Alle uitgevoerd door de Rijksscheepwerf.
 
De mast is toen ook vervangen met beslagen en tuigplan veranderd van kotter naar torensloep met 3/4 tuigage, de indeling van kajuit is ook aangepast, waarbij er twee hondekooien bij gekomen zijn en voorin een kooi en zeilkooi;annex touw en schiemanswerk. De giek is nog wel orgineel gemaakt van pitch pine.
 
In 1973 is ze afgevoerd van wege te grote onderhoudskosten en bij de domeinen verkocht aan leden van de Kmjc die er gezamelijk mee voeren en de laatste eigenaar Dhr. Wijga heeft haar in 2001 te koop aan geboden, er zijn door hun vele reizen gemaakt o.a. naar Engeland. Oostzee en wadden.
 
Tot zover de geschiedenis van de ‘Stormmeeuw’. groet bas
 
 
Published in: on 20 november 2006 at 14:22  Comments (3)